Dag -1

De blog is gestart! Nu maar afwachten of ik zin en discipline kan vinden om regelmatig te blijven updaten. Ik type deze tekst op m’n nieuwe trots en ga vandaag dus al proberen of lange teksten op de iPad (jazeker!!) goed te verwerken zijn.

Dag min 1. Alles lijkt op orde. De voorbereidingen zijn klaar en niks voelt slecht, hoewel ik me nog niet kan voorstellen dat we overmorgen al weg zijn. Onwerkelijk nog.

Vandaag verschillende telefoontjes, mailtjes en blog-berichtjes met succeswensen. Mooi en bijzonder dat zovelen meeleven. Fokje kwam zojuist een pan met mijn favoriete soep brengen. Of ik die pan nog leeg krijg betwijfel ik, maar dat de soep met veel aandacht en speciaal voor mij gemaakt is, is hartverwarmend. Vanavond komen Eeltsje en Mardjantie een afscheidsborrel drinken. Dit is, zeker nu, belangrijker dan de raadsvergadering, die sla ik vanavond dus over. Gerrie heeft mij toch niet nodig ;) bij de behandeling van de saneringsbegroting, vooral ook omdat er consensus in de raad is over een aantal heikele punten, waaronder de bieb. Die blijft! (voorlopig zeg ik nu, want met de komst van de iPad staan we volgens mij aan de vooravond van een nieuwe digitale revolutie en daar past een bieb niet erg goed in)
Goed, ik raak wat off-topic. Mijn eerste blog-valkuil is dus ook al geboren…

Dag 0

Klaar! Mijn stoere bicicletta is gepakt met alles wat nodig is. Het is nu ‘il giorno prima’. Klaas kwam mij vanmorgen nog de laatste tips brengen, hoewel ook de iPad veel spreektijd opeiste. Mijn moeder heeft mij, telefonisch, extra kracht ingesproken en Kaat heeft -hoe lief- zus Hedwig in Rome op de hoogte gebracht zodat we ook daar een redder in de nood hebben, mocht het nodig zijn. Kan het deuntje ‘vertrouw geen Italianen’ van Raymond van het Groenewoud toch al moeilijk loslaten, maar een Zeedijk in Rome voelt als een Hollandse Rots in een Italiaanse Branding. Hedwig, als je dit leest, bij voorbaat dank!

Vanavond gaan we met z’n vieren een pizzeria(!) opzoeken en dan vroeg op bed. Zal me niet gebeuren dat ik door vermoeidheid Pampus niet eens haal. Kan in ieder geval nog één keer in m’n eigen bed rust pakken.

En nu maar hopen dat de weersvoorspellingen een beetje standhouden…

Dag 1 – Beekbergen – 124km

Na een lange en, gevoelsmatig, goede voorbereiding, is het vandaag DeDag. Afscheid nemen van Tineke, Nanne en Rinke is onwennig en onwerkelijk. Op de Boarnsterdyk staat Eeltsje als een heuse Paparazzi achter de bosjes ons vertrek te fotograferen.
Het voelt niet direct als ‘onderweg’. Het had zo maar een trainingsrondje kunnen zijn. Bij Giethoorn begint het bij mij dan toch te komen. Dit is nieuw fietsgebied. Het is ook bij Giethoorn dat we de eerste vakantiefietser tegenkomen. Een man van middelbare leeftijd met een doorgebruikte uitrusting. Alles ruikt naar ervaring. Later komen we nog 2 vakantiefietsers tegen. Een blik van herkenning. We begrijpen elkaar. We snappen het. Een glimlach en over mijn schouder zie ik ze weer verdwijnen.
Ik had eerder van anderen gelezen dat je soms spontaan ergens in verzeilt raakt; een markt, een feestdag, iets bijzonders. Dit gebeurd ons direct de eerste dag al! Zwartsluis ligt vol met oude sleepboten, veel mensen op de been, markt, hamburgertentjes, alles erop en eraan; de Nationale Sleepbootdagen! Fantastisch! Hier moesten we dus wel pauzeren! Een enkele regendrup moest het dan wel weer een beetje verpesten.
Bij Zwolle rijden we op de Hasselterdijk. Kom je daar in de buurt, dan moet je zeker eens over deze dijk. Een parel in het Hollandse landschap. Van Zwolle naar Beekbergen, onze bestemming van de dag, rijden we de Veluwe in. Op sommige plaatsen “halteert” de bus op de rijstrook.
Dat je onderweg bijzondere mensen treft, blijkt in Vaassen. Als we door een ‘grote’ boekenmarkt om de stad worden geleid, vechten 2, wat oudere dames om wie het ons mag uitleggen hoe hier vandaan te komen. Even later geassisteerd door een aanstormende man. Toen we vertelde onderweg naar Rome te zijn, was het hek van de dam. Superlatieven tekort. Uiteindelijk hebben we het advies van de man maar opgevolgd, hij leek het meest betrouwbaar waar het aankwam op richtingsgevoel.

Het is koud. Het moet snel warmer worden of we moeten rap richting zuiden fietsen. Dit is niet lekker…

Dag 2 – Meerlo – 233km

Vanmorgen begon matig; ofwel (1) de benen waren ‘pap’ na de 125km van gister, ofwel (2) een slechte nacht breekt me op, waarschijnlijk door nicotine-ontwenning, ofwel (3) een onzichtbare kracht trekt aan mijn fiets. Waarschijnlijk alle 3. De eerste paar kilometers zijn loodzwaar. Tot ik achteruitkijk en tot de ontdekking kom dat we sterk aan het klimmen zijn! De hellingmeter geeft inderdaad 6% aan! De hoge Veluwe! Dit verklaart veel. What goes up must come down rijden we bergaf met een bloedgang Arnhem binnen.
In Nijmegen neemt Hans Reitsma onze route over. Een nieuwe mijlpaal. De Waal bij Nijmegen is prachtig. We pauzeren voor de brug en het routeboekje van Reitsma wordt geïnstalleerd. Dan begint ook onze route naar Rome echt. Tot Nijmegen was het een ’snelle route’, nu wordt ie mooi.

We zijn Nijmegen nog niet uit of de landschappelijke schoonheid overspoeld ons. De Ooijpolder is tot nu toe het mooiste stukje van onze reis. Over een dijkje langs de oude loop van de Waal wens je maar 1 ding; hier wil je wonen! Ook daarna trakteert Reitsma ons op prachtige stukjes Nederland. We zijn ‘m nu al dankbaar! Over de Maas gezet door een charmant pontje, bleef deze dagetappe steken bij Meerlo.
Morgen ruilen we mooi Nederland in voor Duitsland. Kijken wat Reitsma daar heeft kunnen vinden…

Dag 3 – Paarlo – 303km

Omdat het de bedoeling was om in Duitsland te geraken, moest er vroeg worden gestart en rap worden doorgefietst. Helaas (of eigenlijk ook weer niet). Het ontbijt was ruim bemeten en daardoor tijdrovend. Zal ook wel door het afbreken van de nicotineverslaving komen, maar ik eet abnormaal veel. Omdat we later vertrokken en onderweg verplicht nog een rijstevlaai moesten verorberen -je bent in Limburg of je bent het niet- en ook nog moesten wachten op een pontje om over de Maas te geraken, kwam de klad erin. Tempo eruit. Onderweg nog een Spar bezocht voor de bevoorrading en in Roermond de MacDonalds opgezocht om te kunnen internetten. De dag was op voordat ie goed en wel was begonnen. We stranden in Paarlo op een leuke minicamping, net voor de grens van Duitsland. Fietsers komen hier vaker en wij werden direct voorzien van een ‘zitje’ en dat is lekker. Handiger dan op de grond op de zitlap.
Morgen zeggen we echt dag tegen Nederland…

Dag 4 – Villip (D) – 445km

Een lange dag. Een te lange dag. Een prachtige dag ook, langs de Roer en door graan- en prachtig gele koolzaadvelden bij Euskirchen. Het is duidelijk afgelopen met het vlakke. Hier golft het behoorlijk en bij Düren begint het gelazer. Klimmen á 9%! Het bruggetje bij Grou naar Warga was tot nu toe de zwaarste helling met 6%, maar dit is een muur van 500 meter. We hebben de laatste 100 meter lopend de fiets omhoog moeten duwen, die wou ook al niet meer. Maar toch ben ik tevreden. Ik voel m’n benen met de dag sterker worden. De koerssnelheid ligt hoger en tegenwind of een helling doet me nauwelijks wat.
Om 4 uur besluiten we om de eerste de beste camping te pakken in dit niet toeristische deel van Duitsland. Om 8 uur nog steeds niks. Het begint nu toch wel spannend te worden. Ik houd al rekening met wildkamperen omdat het nu snel begint te schemeren. Wonderlijk genoeg klagen mijn benen niet, ondanks de goed 140km van deze dag. Uiteindelijk vinden we om bijna 9 uur een plekje in Villip. We hebben het gevoel al diep in Duitsland te zijn en ik krijg opeens spijt dat ik in Limburg niet even een patatje pinda gescoord had…

Dag 5 – Koblenz – 512km

Als we vanmorgen Villip verlaten en door sterk golvend landschap het laatste stukje naar de Rijn afdalen, wordt het spannend. Volgens Reitsma krijgen we een serieuze afdaling met percentages van 7%. We doen voor het eerst de helm op. In een rollercoaster haal ik snelheden van rond de 60km/u! Trots was ik op m’n fiets, hij gaf geen krimp, voelde solide, nee sterk, aan en ging met souplesse de haarspeldbochten door. Beneden aangekomen, het dorp door, stonden we opeens voor de Rijn. Opeens. Het werd me even teveel. Zal in een vorig leven wel iets met de Rijn van doen hebben gehad. Het besef was er nu ook. Het besef van veel dingen. We hebben hier maar even gepauzeerd en ge-sms’t met thuis. Daarna was het een reisje langs de Rijn. Ondanks het matige weer, een prachtige trip die eindigde bij Koblenz. We moesten wel want mijn slaapmatje (ja, degene van Klaas) bleek in de eerste nacht al lek te zijn en dat slaapt te onrustig. Die moest in Koblenz dus worden vervangen. Klaas z’n matje heb ik naar huis gestuurd. We staan nu op een camping tegenover de Deutsches Eck, onder wakend oog van Keizer Wilhelm de eerste!

Ondanks de tevredenheid over de wind en de weinige regendruppels, mag de temperatuur van ons wel eens een keer omhoog…

Dag 6 – Elsheim-Stadecken – 609km

Vandaag een dag van afscheid. Hoewel iedere dag een beetje afscheid wordt genomen, doet het afscheid van de Rijn mij meer dan ik verwacht had. Bij Bingen is het gedaan. We treffen de Rijn later nog een keer bij Nierstein en bij Gernsheim, maar dat mag geen naam meer hebben.

Met een beetje historisch besef waren de 140 Rijn-kilometers zeer bijzonder. Overal zie je heroische verhalen en oude glorie. Bacherach hebben we binnen de kantelen-stadsmuren bekeken. Bewonderd. De Rijn voelt geschiedenis, maar wordt nu veroverd door afgeladen schepen die maar met moeite de sterke stroming kunnen overwinnen. We hebben Loreley gezien. Op deze gevaarlijke plek is de Loreley-mythe ontstaan; een verhaal waarin een Schipper op de rotsen loopt omdat hij slechts oog heeft voor de schone maagd die onder verlokkend gezang haar lange gouden haren kamt. In werkelijkheid is dit een zeer verraderlijk stuk Rijn vanwege onvoorspelbare en hevige stromingen. Aards zijn de oevers, waar de grond niet zelden wordt gebruikt voor volkstuintjes.

Na Bingen duiken we een soort Alpenland in, zonder hoge bergen, maar met de sfeer van koebellen en Grüß Gott. Wederom genieten we van prachtige paden. Paden waar je niet verbaasd zou zijn als je Zwiebertje, Remi of Kapelaan Erik Oudekerken tegen zou komen.

Ondanks de groeiende kracht in mijn benen, begint het na 60km pijn te doen. De bovenkant van mijn benen doen zeer wanneer ik even van de fiets stap. Voor het eerst spreken we over een rustdag. We liggen ruim op schema en kunnen het ons dus permiteren. Later op de avond besluiten we om morgenochtend alleen de 40km naar de volgende camping te fietsen en zodoende een middag rust te nemen. En kleding te wassen en kettingen te smeren. Een middagje groot-onderhoud dus eigenlijk. Nu eerst een goede nacht proberen te draaien…

Dag 7 – Nierstein – 640km

Het hoort er natuurlijk bij. Je weet het van tevoren. Zoiets maakt onderdeel uit van het avontuur, iets waar je juist voor kiest als je begint aan zo’n reis. Maar als je er dan opeens middenin staat, is zo’n klotedag helemaal niet zo spannend. Regen en soms stukjes klimmen van 10%. Niet heel erg vervelend, tot het moment dat je de route kwijt bent en over steeds minder verharde paden fietst. Er zat op enig moment zoveel bagger aan mijn wielen, dat het frame dienst begon te doen als modderschaaf. En ik was het mechanisme dat die hele blubbermolen draaiende moest houden.
Het kompas in m’n fietsbel heeft z’n nut meer dan bewezen. Wanneer het met de route misgaat, rijden we op het kompas totdat we de route weer kunnen oppakken. Ik ben daar ondertussen wel handig in geworden en veel meer dan enkele kilometers rijden we nooit om. Ook vandaag moest het kompas worden ingezet wat ons uiteindelijk heel veel omrijden heeft gespaard. Maar ja, wel héél vies… Uiteindelijk geven we het in Nierstein op. Dit is niet leuk meer. We zijn toe aan rust en deze baggertroep moet gereinigd. We stoppen en besluiten vandaag niet verder te gaan.

Dag 8 – St. Leon – 749km

Veel slechter dan gister kon niet. Zou je denken… Toen we vanmorgen Nierstein verlieten, miezerde het licht genoeg om er droog bij te blijven. De verdamping was groter dan de nieuwe aanvoer. Omdat we op de oostoever van de Rijn verder gingen, moesten we eerst met de pont over. Exact dezelfde pont als waar Pa Piet jaren op heeft gevaren; het Schoonhovensveer. Jeugdsentiment.
We zijn de pont nog niet af, of de verdamping kan de nieuwe aanvoer niet meer bijhouden. We wachten nog even af, maar besluiten even later toch maar de regenkleding uit de tas te halen. Ik heb zo’n hekel aan regenbroeken… Langzaam begint mijn sacherijnige ik te ontwaken. Waar ik eerder moeite deed om plassen te omzeilen en zodoende alles een beetje droog en schoon te houden, is er nu geen beginnen meer aan. Alles is nat en de onverharde wegen maken het ook nog eens vies. Bah. Bij Hemsbach stranden we op nog 2 vakantiefietsers, ook naar Rome, ook Reitsma. Even “gezellig” samenfietsen gaat ten koste van de concentratie en we raken dan ook de route kwijt. We laten de heren weer los en zoeken ons eigen pad, richting Weinheim. Eenmaal in Weinheim aangekomen slaat Murphy toe. Deze prachtige stad wil ons niet laten gaan. Stress hoopt zich bij mij op. Ik kan daar niet goed tegen, moet daar mee om leren gaan. Als we later de route weer kunnen oppakken, loopt het beter. Mijn benen hebben er wel zin in en met hoog tempo rijden we naar Heidelberg, een van de mooiste steden van Duitsland. Over de Neckar zien we Altstad, een prachtige burcht die het verdient om bewonderd te worden. Helaas is het al laat geworden en moeten we snel door om nog voor het donker op de camping te kunnen zijn. Met lichte spijt verlaten we Heidelberg. Laat, maar de laatste 20km verlopen soepel en op de camping ‘trakteren’ we ons op een bord friet. Zonder pindasaus helaas…